Nieuwe vacatures Vacatures
Hoera! Grammaticadag!

Hoera! Grammaticadag!

  ·   3 min. lezen
4 mrt. 2020   ·   3 min. lezen

Stel. Je schrijft een sollicitatiebrief aan misschien wel je toekomstige werkgever. Het is je droombaan. ‘Als dit lukt’- denk je bij jezelf- ‘dán zit ik gebakken!’ En dus ga je aan de slag. Je schrijft, je controleert je spelling én je laat je brief nog eens goed checken door de plaatselijke ‘taalpurist’. Pas als je hélemaal zeker bent van je zaak, klik je op verzenden. En nu is het afwachten…

Tijdens het wachten wil je jouw vrienden, familie en kennissen laten weten dat je hebt gesolliciteerd op de leukste functie ooit. Je typt een berichtje op social media:

‘Zoals jullie weten ben ik al een tijdje opzoek naar een nieuwe baan. Zojuist een verassend leuke job gezien, net gesolliciteert!  Spannend!’

Je klikt op verzenden en wacht in spanning de likes en de reacties op jouw bericht af.

Social media versus realiteit

Social media versus ons dagelijks leven: enerzijds is het met elkaar vervlochten, anderzijds doen we ons online vaak beter, leuker én mooier voor. Toch lijkt het, zodra het op spelling en grammatica aankomt, alsof het ons allemaal niet zoveel kan schelen. Maar pas op, ook toekomstige werkgevers checken jouw social media-kanalen. 😉 En dus praten wij je bij over 5 veelgemaakte online spelling- en grammaticafouten. Zodat je nooit- maar dan ook nooit- meer de fout ingaat.

#1 The classic: mond-op-mondreclame

Uit een onderzoek van OBI4WAN bleek dat in 2019 maar liefst 57% van de mensen mond-op-mondreclame schrijft. Omdat wij dit wel erg intiem vinden worden, houden we het liever op mond-tot-mondreclame. Tóch is ook de eerste versie te vinden in sommige woordenboeken, helemaal fout is ‘ie dus niet.

#2 En jij maar zoeken

Deze zien we regelmatig de revue passeren en zélfs in de duurste reclamespotjes komt deze fout voor. Opzoeken schrijf je alleen aan elkaar in zinnen als: zal ik dat adres voor je opzoeken? Het werkwoord op zoek zijn naar schrijven we los in zinnen als: ik ben op zoek naar een nieuwe baan, of, ben je op zoek naar een nieuwe baan? Beloof je dat je dit nooit meer vergeet? En mocht je toch twijfelen, ga dan online nog even op zoek naar de juiste schrijfwijze. 😉

#3 d, t of toch dt?

Op de basisschool probeerden de leraren het er al in te rammen, tóch gaat het nog (steeds) vaak mis. De eeuwige dt-fouten lijken wel in ons DNA verweven, want ook bij ons sluipt er nog wel eens een d’tje dat een t’tje moet zijn (of andersom) door. Goed, we geven je nog een hulplijn:

Twijfel je of een woord eindigt op een d, t of dt, maak dan het woord langer en luister op welke klank het eindigt. Neem bijvoorbeeld het werkwoord verhuizen. Is het: ik ben verhuist, of ik ben verhuisd? Langer maken – verhuisden – en voila: je hebt het antwoord.
Hij vind, hij vindt, of hij vint? Oké, van die laatste weet je (hopelijk) dat het niet klopt. Twijfel je bij zo’n zin tussen een d of dt, vervang dan het werkwoord naar ‘lopen’ of ‘smurfen’. Het is namelijk: ik loop en hij loopt. En: ik smurf en hij smurft. Er komt dus – naast de d – nog een t op het eind: de juiste versie is hij vindt.

 #4 Dan of als

Ik ben groter als jou, of: ik ben groter dan jou? Ook ‘dan’ en ‘als’ halen we nog wel eens door elkaar. Onthoud: na een vergrotende trap (groter, meer, beter) én na ander, andere of anders is ‘dan’ jouw beste vriend. ‘Als’ gebruik je bij vergelijkingen: hij is even oud als zijn vriend.

#5 Samenstellingen

Ik ben contentmarketeer, maar tóch vind ik mijn functie vaak in 2 woorden terug: content marketeer. En zo zijn er tal van samenstellingen die ten onrechte als losse woorden geschreven worden. Hoogstwaarschijnlijk komt dit doordat de Nederlandse taal steeds meer is verweven met de Engelse taal, en hierin worden juist weer alle woorden los van elkaar geschreven. Ingewikkeld? Valt mee. Lees anders dit artikel van Onze Taal nog even, dan vergeet je het vast nooit meer.